(Bijgewerkt op: 03-07-2006)
Allochtone ondernemers rukken op:
Niet-westerse allochtonen zijn steeds belangrijker voor de economie. Het aantal allochtone on-dernemers is van 2003 tot 2006 met maar liefst 13% gegroeid, terwijl het aantal autochtone ondernemers met slechts 6% steeg. De Chinezen zijn het meest ondernemend, de Marokkanen het minst. Al lijkt die laatste groep wel met een inhaalslag bezig. De Chinezen kiezen dikwijls voor een eigen bedrijf in de horeca; Turken en Marokkanen over het algemeen voor een eigen winkel. Surinamers en Antillianen beginnen vaak een eigen zaak in de dienstverlening.(Bron: Managers Online managersonline.nl/20060629)
Nederland scoort slecht op ondernemerschap en innovatie:
Het ondernemersklimaat in Nederland scoort gemiddeld tot goed als het wordt vergeleken met dat van negentien andere industrielanden die behoren tot de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling. Maar een groot knelpunt is het gebrek aan ondernemerschap. Dat staat in een rapport van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Aan de hand van zeventig indicatoren zijn de economische prestaties en het bijbehorende ondernemingsklimaat van de twintig landen in kaart gebracht. Nederland doet het goed bij randvoorwaarden, zoals het functioneren van de overheid en de infrastructuur. Minder goed scoort ons land als het gaat om het aanjagen van economische groei. Dan blijken innovatie en ondernemerschap de grootste knelpunten te zijn. De kansen die markten en nieuw ontwikkelde kennis bieden lijken in Nederland onvoldoende te worden benut. Voorts blijkt dat ondernemers relatief weinig uitgeven aan onderzoek en ontwikkeling, hetgeen het toekomstige innovatie- en groeivermogen onder druk zet, aldus het rapport. Als belemmering voor startende ondernemers noemt het rapport dat er te weinig verstrekkers zijn van durfkapitaal. Als het gaat om innovatie kan Nederland niet alleen een voorbeeld namen aan Scandinavische landen en Duitsland, maar ook aan Hongarije waar bedrijven beter samenwerken bij vernieuwing van producten en productieprocessen. Als het gaat om het beschikbaar stellen van kapitaal doen Zweden, de Verenigde Staten en Korea het beter dan Nederland. Nederland behoort wel tot de "kopgroep" als gekeken wordt naar de arbeidsproductiviteit per gewerkt uur. Ook verrichten naar verhouding veel Nederlanders betaalde arbeid. De keerzijde daarvan is het aantal gewerkte uren per werkzame persoon, dat naar verhouding laag is.(Bron: Managers Online managersonline.nl/20060208)
Directieverslag dwingt bedrijven kleur te bekennen:
Nederlandse bedrijven moeten dit jaar maatschappelijk kleur gaan bekennen. De wet verplicht ondernemingen om in het directieverslag over 2005 een belangrijke plaats in te ruimen voor niet financiële informatie. Belangrijke gegevens over maatschappelijk verantwoord ondernemen gaan daarmee een vast onderdeel vormen van de informatie aan beleggers. Het niet geven van deze informatie kan voor bedrijven ingrijpende, juridische gevolgen hebben. Het bestuur zal dan ook extra aandacht moeten besteden aan de niet-financiële onderwerpen die in het directieverslag aan de orde moeten komen. De voorwaarden waaraan het directieverslag moet voldoen, zijn al een tijd verankerd in richtlijnen. Het wachten was alleen nog op de wettelijke verplichting. Nu is wettelijk vastgelegd dat zowel financiële als niet-financiële prestatie-indicatoren moeten worden opgenomen wanneer dit noodzakelijk is voor een goed begrip van de ontwikkeling, de resultaten of de positie van de onderneming. Daarbij moet de onderneming ook de voornaamste risico's beschrijven die juist ook op niet-financieel gebied kunnen liggen. Dit beperkt zich zeker niet tot milieu en personeelsaangelegenheden, maar ook thema's als veiligheid, mensenrechten, integriteitmanagement en kinderarbeid. Die thema's kunnen relevant zijn vanwege de financiële risico's die bijvoorbeeld een reputatieschade met zich meebrengt.(Bron: Managers Online managersonline.nl/20060208)
Nederlandse bedrijven nauwelijks transparanter:
Bedrijven zijn in 2005 nauwelijks transparanter geworden over de impact van hun bedrijfsvoering ten opzichte van milieu, mensenrechten, werknemers en economie. Een klein aantal bedrijven doet het al jaren erg goed, bij een flink aantal is een sterke verbetering te zien, maar het grootste deel van de Nederlandse ondernemingen presteert nog onder de maat. Dat blijkt uit de "Transparantiebenchmark" van Berenschot in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken. Het betreft een onderzoek naar de mate van verantwoording die bedrijven in hun jaarverslagen afleggen over hun activiteiten op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). Hiervoor beoordeelt Berenschot de jaarverslagen van de 100 grootste beursgenoteerde en 79 grootste niet-beursgenoteerde Nederlandse bedrijven op transparantie op het gebied van MVO. Hoe transparanter een bedrijf is, hoe hoger het eindigt op de Transparantieladder. Voor het eerst zijn dit jaar ook de resultaten per sector bekeken. Binnen sectoren zijn soms grote verschillen per bedrijf te zien. Op vallend is dat de banksector met kop en schouders boven het gemiddelde uitsteekt. Drie banken behoren tot de voorhoede. ICT-bedrijven en zorgverzekeraars doen het gemiddeld een stuk slechter.(Bron: Managers Online managersonline.nl/20051122)
Meer overheidsopdrachten naar kleine bedrijven:
De regeringspartijen vinden dat de overheid bij het aanbesteden meer opdrachten moet gaan verstrekken aan het midden- en kleinbedrijf. CDA, VVD en D66 in de Tweede Kamer verwachten van minister Brinkhorst (Economische Zaken) dat hij snel met concrete voorstellen komt. Ze hielden de D66-bewindsman voor dat in de Verenigde Staten de overheid verplicht is een bepaald percentage van de opdrachten te gunnen aan het midden- en kleinbedrijf. CDA en VVD vinden bovendien dat bedrijven te veel te maken hebben met allerlei verschillende inspectiediensten, zoals brandweer, voedsel- en warenautoriteit, arbeidsinspectie, bouw- en woningtoezicht en milieudienst. VVD en SP bleken op één lijn te zitten bij een pleidooi om ook aan ondernemers die ouder zijn dan 65 zelfstandigenaftrek te geven.(Bron: Managers Online managersonline.nl/20051102)
Het mes gaat in de
arboregels. In de nieuwe arbeidsomstandighedenwet komen zo min mogelijk
nationale regels bovenop de regels van de Europese Unie. Dat schrijft de
staatsecretaris Van Hoof van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een brief aan
de Tweede Kamer. Van Hoof komt over een half jaar met een voorstel voor
wijziging van de arbeidsomstandighedenwet, met minder Haagse regels en meer
eigen verantwoordelijkheid voor werkgevers en de werknemers. De overheid geeft
aan wanneer de grenzen van gezondheid en veiligheid worden overschreden, maar
werkgevers en werknemers regelen zelf hoe ze binnen die grenzen blijven. Er
komen ook minder arboregels voor vrijwilligerswerk. Van Hoof wil wel wettelijke
bescherming voor vrijwilligers die bloot worden gesteld aan ernstige gevaren,
maar vindt het overdreven dat alle arboregels voor werknemers ook voor
vrijwilligers gelden. De staatssecretaris vindt het niet nodig dat het
vrijwilligerswerk volledig onder de Arbowet valt en stelt voor om vrijwilligers
in de toekomst dezelfde wettelijke bescherming te bieden als zelfstandigen. Deze
versoepeling leidt tot minder regels en minder administratieve lasten voor het
vrijwilligerswerk, terwijl de wettelijke bescherming tegen ernstige risico's
voor vrijwilligers blijft bestaan.
(Bron: Managers Online
managersonline.nl/20051005) Ondernemers verkiezen minder stress boven meer omzet: Ondernemers willen genieten, veel vrijheid en vinden het gezin belangrijker dan hun bedrijf.
Dat zijn in het kort de conclusies van een onderzoek onder 2.282 ondernemers
door het blad Sprout. De ondernemer van vandaag wil geen stress en hoeft ook
niet persé de grootste te worden. Vrijheid en je eigen agenda bepalen zijn voor
veel entrepreneurs belangrijker dan het opbouwen van een groot succesvol
bedrijf. Ruim 70% van alle ondernemers vindt "genieten van mijn leven en
vrijheid als ondernemer" de belangrijkste reden waarom hij of zij ondernemer is
geworden. Daarnaast is ruim 90% van de ondernemers het eens met de stelling:
"mijn geluk telt meer dan de groei van mijn bedrijf" en "mijn gezin is
belangrijker dan de zaak." Uit het onderzoek blijkt verder dat groei in termen
van omzet, aantal werknemers of aantal vestigingen door veel ondernemers eerder
als een last dan als een lust wordt gezien. Bijna 80% van de ondervraagden is
het eens met de stelling: "meer personeel betekent meer zorgen" en slechts 33%
is het eens met de stelling "meer stress is prima, zolang ik maar meer verdien".
Behalve geen zin meer in stress zijn de meeste ondernemers ook zeer bescheiden
in hun ambities, groot denken is ze vreemd. Slechts 33% van alle ondervraagde
ondernemers is het eens met de stelling: "Ik wil graag de grootste worden".
(Bron: Managers Online
managersonline.nl/20050928) Startende
ondernemers hebben geen moment spijt: Een jaar na de start
van het bedrijf zeggen de meeste ondernemers dat het ondernemerschap hen goed is
bevallen. Het meest positief zijn starters over het plezier in het werk. De
risico's van het ondernemerschap zijn veel ondernemers meegevallen. Ook is iets
meer dan de helft van de ondernemers niet ontevreden over het inkomen. De
hoeveelheid vrije tijd is voor de meeste ondernemers wel een tegenvaller, blijkt
uit onderzoek van EIM. Ruim een jaar na de start van een nieuw bedrijf zeggen de
meeste ondernemers dat het ondernemerschap hen is meegevallen of zelfs zeer is
meegevallen. Dat is opvallend, ook gezien de economisch minder florissante
periode. Slechts een op de tien ondernemers is het ondernemerschap wel
tegengevallen. Een op de drie ondernemers heeft het afgelopen jaar knelpunten
ervaren. Vooral de markt en marketing worden het meest genoemd. Ook de
financiering, regelgeving en procedures leveren problemen op, gevolgd door het
(slechte) betaalgedrag van klanten / afnemers. De tegenvallende markt en de
concurrentie mogen dan tot de meest genoemde knelpunten behoren, de helft van de
ondernemers is van oordeel dat de afzetmarkt voor de producten of diensten van
het bedrijf op dit moment groeiend is. Tweederde van de ondernemers verwacht dat
de omzet in 2005 zal stijgen. Een even groot deel van de ondernemers verwacht
dat het bedrijfsresultaat zal stijgen Het overgrote deel van de ondernemers is
dan ook optimistisch gestemd over de toekomst van het bedrijf. (Bron: Managers Online
managersonline.nl/ 20050622) Consumenten krijgen
meer belangstelling voor ethisch zakendoen: De afgelopen jaren is
de aandacht voor ethiek in het bedrijfleven onder consumenten flink toegenomen.
Uit onderzoek van de Britse National Consumer Council blijkt dat 90% van de
consumenten graag een bijdrage levert aan een beter milieu. En bovendien bereid
is daarvoor meer te betalen. Gelooft u het? Het materialisme van de jaren
negentig lijkt plaats te maken voor bezorgdheid over het milieu, uitbuiting in
Derde Wereldlanden en andere ethische kwesties. Uit recent onderzoek van Ipsos
UK blijkt dat 65% van alle volwassenen meer af wil weten van de sociale
handelswijze van bedrijven. Vaak hangt de mening van de consument over het
ethisch gehalte van zakendoen samen met geld. Mensen nemen aan dat
milieuvriendelijke producten duurder zijn en 63% is bereid daar ook voor te
betalen. Hoe hoger het inkomen, hoe meer geld men bereid is voor ethisch
zakendoen uit te geven. Volgens Ipsos zijn er twee groepen geïnteresseerden,
"hardcore" en "lite". De eerste groep onderzoekt bedrijven waarmee zij contact
hebben grondig en beschouwt de "lites" als gemakzuchtig. De "lites" zeggen
onvoldoende tijd te hebben om alles na te lopen. Bovendien is het lang niet
altijd mogelijk het ethisch gehalte van bedrijven te bepalen. En zo kunnen "lites"
met een zuiver geweten toch alles kopen. Meer ondernemerschap is noodzakelijk en onvermijdelijk: Meer
ondernemerschap is niet alleen noodzakelijk voor economische groei en
banencreatie, het is ook onvermijdelijk. Zo luidt de voornaamste conclusie in de
door de SMO uitgegeven EIM-publicatie over de maatschappelijke urgentie van
ondernemerschap. Globalisering en toenemende concurrentie dwingen meer flexibele
arbeidsrelaties af. Een vaste baan is dan ook voor velen een steeds minder
waarschijnlijk perspectief. In het tweestromenland van traditionele werkgevers
en werknemers ontwikkelt zich een scala van allerlei gradaties van
ondernemerschap. Het rapport bevat veel suggesties hoe Nederland deze uitdaging
creatief kan aangaan. Steeds meer allochtone ondernemers: Allochtone starters veroveren de ondernemersmarkt. Uit cijfers van
werkgeversorganisatie VNO-NCW blijkt dat de komende jaren zo'n 100.000
babyboomers hun eigen bedrijf zullen beëindigen. Een groot deel hiervan zal
worden overgenomen door allochtone ondernemers. Van de in totaal 970.000
ondernemers die Nederland telt, zijn er nu al zo'n 120.000 van allochtone
afkomst. Naar verhouding beginnen allochtonen veel vaker een eigen bedrijfje dan
autochtonen. In 2004 steeg het aantal ondernemingen van autochtonen slechts met
2%, terwijl het aantal allochtone ondernemingen met 44% toenam. Allochtone
ondernemingen zijn vooral te vinden in de zakelijke dienstverlening. Het
vertrouwen in de economie blijkt onder allochtone ondernemers groter te zijn dan
onder autochtone ondernemers.Terug naar boven | Trends |
Home |
Terug naar boven | Trends |
Home |
Terug naar boven | Trends |
Home |
(Bron:
MKBnet . managersonline.nl/ 20050622)
Terug naar boven | Trends |
Home |
(Bron: EIM
nivra.nl/
20050608)
Terug naar boven | Trends |
Home |
(Bron: Managers Online
http://managersonline.nl /
20050512)
Terug naar boven | Trends |
Home |